Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.18.3 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.
[eiser] heeft zich in hoger beroep beroepen op het arrest van het hof Amsterdam van 12 april 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1143, aanvoerend dat de beëindiging van de overeenkomst er niet toe mag leiden dat de schade daardoor verder toeneemt in verband met renteverplichtingen terzake niet vervallen termijnen, en dat daarom de eindafrekening met € 16.713,27 moet worden verminderd zodat er een restschuld van € 5.854,80 is (MvG nrs. 9.2 en 9.5). Het hof heeft dit beroep verworpen. In de veroordeling ligt besloten, zoals ook blijkt uit in rov. 3.8 van het bestreden arrest, dat de lessee bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet alleen de verschuldigde restant hoofdsom moet betalen, maar ook de contractuele rentecomponent die in de resterende leasetermijnen is vervat. Het middel neemt terecht tot uitgangspunt hetgeen is vermeld in 3.16.1 onder (i) t/m (iii).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 51895 tot 52800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278 | shasum -a 256