Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.
29 Bovendien moeten overeenkomstig artikel 4, lid 1, van die richtlijn bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding van een overeenkomst alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking worden genomen, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (arresten Pannon GSM, EU:C:2009:350, punt 39, en VB Pénzügyi Lízing, C‑137/08, EU:C:2010:659, punt 42). Hieruit volgt dat in dit verband ook de gevolgen moeten worden beoordeeld die dat beding kan hebben in het kader van het op de overeenkomst toepasselijke recht, hetgeen een onderzoek van het nationale rechtsstelsel impliceert (zie arrest Freiburger Kommunalbauten, EU:C:2004:209, punt 21, en beschikking Pohotovost, EU:C:2010:685, punt 59).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 63860 tot 64713.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278 | shasum -a 256