Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Onder 3.30.3 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.

“4. (…) De enkele omstandigheid dat [geïntimeerde] bij het sluiten van de overeenkomst de verplichting is aangegaan tot betaling van de in artikel 3 van de overeengekomen genoemde leasesom betekent niet dat om deze reden de Richtlijn niet van toepassing kan zijn op het onderdeel van artikel 6 van de bijzondere voorwaarden, waarin – kort gezegd – wordt bepaald dat Dexia (als onderdeel van de leasesom) na beëindiging van de overeenkomst naast de hoofdsom (de lening) (tevens nog) recht heeft op betaling van de (contant gemaakte) resterende maandelijkse rentetermijnen tot het einde van de oorspronkelijke looptijd van de overeenkomst. De gebezigde formulering van de overeenkomst is daarbij niet beslissend, omdat anders de beoogde bescherming van de consument zou kunnen worden ontgaan. Doorslaggevend is de strekking van de bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 74559 tot 75420.