Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.4.2. Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.
Gelet op de totstandkomingsgeschiedenis en de redactie van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW is met het vereiste dat de bevoegdheid 'ten dienste is komen te staan' tot uitdrukking gebracht dat de betrokkene de bevoegdheid tot vernietiging daadwerkelijk moet kunnen uitoefenen. Van een 'ten dienste komen te staan' kan bijvoorbeeld niet worden gesproken als de tot vernietiging bevoegde persoon niet op de hoogte was van het feit dat de desbetreffende rechtshandeling is verricht. Het bestaan van de rechtshandeling moet ter kennis van de tot vernietiging bevoegde zijn gekomen, zodat deze de nietigheid kan inroepen tegenover degenen die partij zijn bij die rechtshandeling. Uit de mede aan haar gerichte bankafschriften van de en/of rekening was kenbaar dat er sprake was van een contract op grond waarvan betaling plaatsvond. Anders dan [eiser] stelt, is voor de aanvang van de verjaringstermijn niet vereist dat [betrokkene] ermee bekend was dat het om een overeenkomst van huurkoop ging. Bekendheid met de juridische kwalificatie van de rechtshandeling is geen voorwaarde voor de aanvang van de verjaringstermijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 15345 tot 16481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278 | shasum -a 256