Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.4.3. Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.
Verder heeft de Hoge Raad in het laatstgenoemde arrest het oordeel van het hof, dat in beginsel kan worden aangenomen dat de echtgenote bekend was met de betrokken overeenkomst met ingang van de ontvangstdatum, van het oudste bankafschrift van de en/of rekening waarop de betalingen op grond van de leaseovereenkomst staan vermeld, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd geacht. Ook daaruit volgt dat voor de aanvang van de verjaringstermijn niet (tevens) is vereist dat de betrokkene (reeds) bekend was met de feiten en omstandigheden waaruit kan worden geconcludeerd dat het om een huurkoopovereenkomst ging. Bekendheid met het bestaan van de overeenkomst (door kennisname van betalingen vanaf een bankrekening) is voor de aanvang van de verjaringstermijn voldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 17429 tot 18218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278 | shasum -a 256