Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.
De verjaring van de vernietigingsbevoegheid van de echtgenoot die niet de door art. 1:88 BW vereiste toestemming heeft gegeven, wordt geregeld door art. 3:52 lid 1 sub d BW. Voor het antwoord op de vraag tot wanneer de echtgenoot nog de ingevolge art. 1:88 en 89 BW bestaande vernietigbaarheid van de overeenkomst kan inroepen is beslissend op welk moment de bevoegdheid daartoe deze echtgenoot ‘ten dienste is komen te staan’. Met ‘ten dienste komen te staan’ heeft de wetgever bedoeld te bewerkstelligen dat de verjaring een aanvang neemt zodra de partij die een beroep op de vernietigbaarheid toekomt, die bevoegdheid daadwerkelijk kan uitoefenen. Het gaat om een regel die zich voor flexibele toepassing leent. Dat betekent dat de toepassing van deze bepaling kan variëren al naar gelang het voorliggende gevalstype en voorts afhankelijk is van de omstandigheden van het concrete geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 25786 tot 26762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278 | shasum -a 256