Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Onder 3.7.2 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:455.

Deze klachten worden in de schriftelijke toelichting (hierna: s.t.) voorzien van de volgende achtergrond. Er wordt aansluiting gezocht bij de ontwikkeling van de rechtspraak over de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW. Ook daar is subjectieve bekendheid een vereiste, alhoewel aan het gaan lopen van de verjaringstermijn niet in de weg staat dat betrokkene niet precies weet hoe de vork juridisch in de steel steekt. Voor subjectieve bekendheid is in het arrest Saelman/AZVU het criterium ontwikkeld dat de benadeelde daadwerkelijk in staat moet zijn om een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen. Essentieel is dus dat degene tegen wie de verjaring loopt zich heeft gerealiseerd, niet alleen, dat er iets mis is, maar ook dat hem terzake een actie openstaat (nrs. 2.1-2.4). Niet blijkt dat het begrip ‘ten dienste komen te staan’ van art. 3:52 lid 1 sub d BW een andere betekenis heeft dan het overeenkomstige begrip uit het Saelman-arrest: dat degene tegen wie de verjaring loopt daadwerkelijk van zijn bevoegdheid om vernietiging in te roepen gebruik heeft kunnen maken. En in het algemeen: om van een bepaald recht gebruik te kunnen maken, moet men wel beseffen dat men dat recht heeft (nr. 2.8; vgl. ook nr. 3.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c70d2e929419b7b9e45c4abd1cf24a826db547cdc6d750a504c1d21709588278, en de alinea staat in dat document op bytes 33832 tot 35224.