Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:46.
Art. 28 van de Code de Commerce 1807 , de voorloper van art. 21 WvK, werd in de Franse doctrine doorgaans beschouwd als middel om het gedrag van de handelende vennoot te laten aansluiten op zijn juridische positie. De gedachtegang was: gedraag je je als een beherend vennoot, dan ben je net als een beherend vennoot volledig aansprakelijk . Waarom de Franse regeling in het Nederlandse recht is geïncorporeerd, kan niet uit de parlementaire geschiedenis van art. 20 en 21 WvK worden afgeleid. De enige vermelding van het bestuursverbod en de sanctie op overtreding ervan is te vinden in een rede van het Belgische kamerlid Nicolaï tijdens de beraadslagingen op 10 februari 1826. Daarin refereert hij aan de voorkoming van de situatie dat commanditaire vennoten zich van te gewaagde transacties kunnen bevrijden:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c, en de alinea staat in dat document op bytes 27423 tot 28346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c | shasum -a 256