Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:46.
De Hoge Raad stelt in dit arrest een aanvullend vereiste voor toepassing van art. 21 WvK, te weten dat de commanditaire vennoot een verwijt moet kunnen worden gemaakt. De betekenis en reikwijdte hiervan zijn in de literatuur en in de rechtspraak onduidelijk gebleven . Het lijkt erop dat de Hoge Raad in dit arrest tot een genuanceerde toepassing van art. 20, 1id 2 en 21 WvK wil komen. De Hoge Raad heeft geen gelegenheid gekregen nadere verduidelijking te brengen. Ik vind het element verwijtbaarheid van de commanditaire vennoot zeker een factor die een rol mag spelen bij het antwoord op de vraag of de commanditaire vennoot het bestuursverbod heeft overtreden en volledig aansprakelijk dient te zijn onder art. 21 WvK. Assink heeft bepleit dat het verwijt –in het licht van de omstandigheden van het geval- van voldoende ernst moet zijn om de in art. 21 WvK vervatte forse sanctie te kunnen rechtvaardigen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c, en de alinea staat in dat document op bytes 38978 tot 40034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c | shasum -a 256