Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:46.
Stokkermans meent dat er daarom betrekkelijk veel ruimte dient te zijn voor rechters om met behulp van de redelijkheid en billijkheid ten opzichte van art. 21 WvK corrigerend op te treden. Ik wijs er overigens op dat het hof ’s Hertogenbosch in het slot rov. 4.7 van zijn arrest dat het voorwerp is van deze cassatieprocedure toepassing via art. 6: 2 BW een zekere toepassing van de redelijkheid en billijkheid niet lijkt uit te sluiten. Op zich vind ik dit niet onjuist. Bedacht moet daarbij worden dat de drempel voor toepassing van art. 6: 2 BW hoog is. Er moet immers sprake zijn van onaanvaardbaarheid uit het oogpunt van de redelijkheid en billijkheid. Dat is beperkt. Ik zou verder willen gaan en pleit voor een minder strenge uitleg dan tot dusverre van art. 20, lid 2 en art. 21 WvK. De rechter krijgt daardoor bij de toepassing van deze artikelen meer vrijheid om tot een passende sanctie te komen dan art. 6: 2 BW alleen kan bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c, en de alinea staat in dat document op bytes 43035 tot 44001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa77075843af266ecb360463d362b0a0d764d770093e0d1d2ddf91ad11d5477c | shasum -a 256