Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:460.

In cassatie hebben [verweerders] subsidiair als verweer aangevoerd dat sprake is van een ontoelaatbaar novum (nieuw verweer van Aegon) in cassatie: in de procedure bij de kantonrechter en bij het hof heeft Aegon niet het argument aangevoerd dat het onbillijke onderscheid tussen de verschillende groepen postactieven geen rol zou mogen spelen omdat dit onderscheid pas nadien is ontstaan, als gevolg van de vaststellingsovereenkomst die Aegon op 15 april 2008 met de VAG heeft gesloten. Dan kan Aegon dit argument niet voor het eerst in cassatie aanvoeren (art. 419 lid 2 Rv). In grief 4 had Aegon, volgens [verweerders], slechts geklaagd dat de kantonrechter ten onrechte van oordeel was dat de onbillijkheid van de aangeboden regeling zit in het onderscheid tussen het al dan niet ontvangen hebben van een brief met daarin opgenomen het ‘wijzigingsbeding’; de vierde grief hield niet in dat dit onderscheid geen rol zou mogen spelen omdat het om een posterieure omstandigheid ging .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc35e2f92e94b1c65597dcfe874f4f381874a01b822a2fbf4bf18558a19a402d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc35e2f92e94b1c65597dcfe874f4f381874a01b822a2fbf4bf18558a19a402d, en de alinea staat in dat document op bytes 24843 tot 25977.