Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:460.

De kern van de redenering van het hof is volgens mij hierin gelegen, dat het in december 2005 door Aegon gedane aanbod noch door [betrokkene] c.s. en de VAG, noch door [verweerders] is aanvaard. [verweerders] hebben kennelijk afgewacht wat het resultaat van de door [betrokkene] en de VAG gevoerde procedure zou zijn. In die gedachtegang past dat het in 2005 aan [verweerders] gedane aanbod in 2008 nog ‘open’ stond en mede kan worden getoetst aan de hand van de situatie nadat de vaststellingsovereenkomst met de VAG tot stand was gekomen. Het is niet voor niets, dat Aegon in de cassatiedagvaarding benadrukt dat, bij gebreke van een bepaalde tijd, een aanbod ‘binnen een redelijke tijd’ moet worden aanvaard (art. 6:221 lid 1 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc35e2f92e94b1c65597dcfe874f4f381874a01b822a2fbf4bf18558a19a402d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc35e2f92e94b1c65597dcfe874f4f381874a01b822a2fbf4bf18558a19a402d, en de alinea staat in dat document op bytes 30191 tot 30946.