Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 5.26.1 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:462.

Menzis heeft betoogd dat in het arrest Terminus/ZAO “uitdrukkelijk” zou zijn “bevestigd” “dat regres nemende verzekeraars in verkeerszaken terugvallen op het regime van art. 6:101 BW” (s.t. onder 3.8). Daargelaten of die stelling volledig juist is in het licht van de laatste volzin van de eerste alinea van rov. 3.7 (hiervoor onder 5.17 geciteerd) is daarmee nog geen antwoord gegeven op de vraag waarom het thans gaat: quid iuris met betrekking tot een billijkheidscorrectie op grond van (afhankelijk van de lezing van ’s Hofs arrest: specifieke) subjectieve omstandigheden aan de zijde van het slachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9, en de alinea staat in dat document op bytes 64275 tot 64976.