Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 5.31.1 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:462.

Met Achmea meen ik dat er geen grond bestaat voor subrogatie in “echte” zieligheid. Ik bedoel dan subjectieve factoren die zich niet mede vertalen in objectieve. Of, anders gezegd, factoren die betrekking hebben op, of zijn ingegeven door, de wens om een mouw te passen aan de ernstige gevolgen van het slachtoffer die niet of onvoldoende kunnen worden ondervangen door het – naar gangbare inzichten – beperkte smartengeld of de mogelijkheid om na de schadegebeurtenis toch nog een enigszins aanvaardbaar leven te leiden. Maatschappelijk noch juridisch is er goede grond om een verzekeraar van een hierop geënte billijkheidscorrectie te laten profiteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9, en de alinea staat in dat document op bytes 71544 tot 72255.