Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 5.2.4 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:462.

Achmea komt voorts op tegen de overweging die het Hof heeft gewijd aan HR 24 september 2004, NJ 2005/466. Zij klaagt dat dit arrest niet kan dienen als motivering van het oordeel dat de billijkheidscorrectie die wordt toegepast op de vordering van het slachtoffer, ook dient te worden toegepast op de regres nemend verzekeraar (onder 1.8 - 1.10). Hoewel juist is dat in de zaak die leidde tot dit arrest in cassatie niet was geklaagd over het niet toepassen van de billijkheidscorrectie ten opzichte van de regres nemend verzekeraar, blijkt uit het feit dat geen der partijen hierover in cassatie heeft geklaagd dat partijen hebben berust in het oordeel met betrekking tot de billijkheidscorrectie. Hoewel de zorgverzekeraar die betrokken was in de zaak van 2004 in de gelegenheid was om (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep in te stellen, heeft deze dat niet gedaan. Kennelijk had deze (zorg)verzekeraar de overtuiging dat het oordeel van het Hof juist was, dat (anders dan ten opzichte van de benadeelde zelf) de billijkheidscorrectie ten opzichte van de regres nemend verzekeraar niet wordt toegepast (onder 1.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5461bb887dc9a74556a4a368ca7089277e1ed8439ab38a093cc53ad96b99df9, en de alinea staat in dat document op bytes 39841 tot 40977.