Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 4.21. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:477.
Over het principe lijkt dus bij de gerechten in feitelijke aanleg tot op zekere hoogte consensus te bestaan. De gedachte lijkt daarbij overigens wel te zijn dat een zekere soepelheid geboden is, zowel bij het toemeten van spreektijd als bij het handhaven daarvan. Ik sluit niet uit dat in den lande verschillen van inzicht bestaan over de vraag wat een soepele hantering van het principe precies inhoudt. Zo rekende het Hof ’s-Hertogenbosch in zijn boven weergegeven uitspraak het de voorzitter als pluspunt aan dat hij de raadsman herhaaldelijk waarschuwde dat hij zijn spreektijd dreigde te overschrijden. In haar hiervoor genoemde vonnis lijkt de Rechtbank ’s-Gravenhage daar anders over te denken. “De wijze waarop de voorzitter tijdens de pleidooien”, zo overwoog de Rechtbank, “veelvuldig de raadslieden heeft onderbroken, hen gemaand heeft op de tijd te letten en heeft vastgesteld met hoeveel minuten de toegekende spreektijd was overschreden, getuigt naar het oordeel van de wrakingskamer van een rigide en zelfs bijna kinderachtige manier van hanteren van het tijdschema”. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het verschil in oordeel zijn verklaring vindt in de bijzonderheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 60661 tot 61888.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80 | shasum -a 256