Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:477.

Ad HR, LJN BD 2361: Het betrof hier een procedure bij de HR en dus een procedure bij een instantie waar het geding in beginsel schriftelijk plaats vindt en niet mondeling. Zie ook Van Dorst, cassatie in strafzaken, p. 80: "Van de gelegenheid tot pleidooi wordt overigens zelden gebruik gemaakt." Een wezenlijk andere procedure dus dan bij een hof. Het betrof voorts een procedure waarin reeds eerder een veelheid aan wrakingsverzoeken in de cassatiefase was ingediend, en die verzoeken volgens de HR kennelijk ver onder de maat waren en wel zodanig dat er volgens de HR sprake was van misbruik van het wrakingsmiddel. Al die omstandigheden wijken wezenlijk af van de omstandigheden in de zaak van vandaag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 33158 tot 33876.