Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 4.12. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:477.
De vraag is als gezegd hoe de handhaving van de orde ter zitting door de voorzitter van de strafkamer zich verhoudt tot de naleving van het zittingsvoorschrift dat vervat is in art. 311 lid 2 Sv. Tot het jaar 2010 leek de Hoge Raad zich over die vraag niet erg druk te maken. Illustratief is HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4663, in welke zaak de voorzitter van het Hof de raadsvrouw in haar pleidooi had beperkt door te bepalen dat zij alleen mocht spreken over de toerekeningsvatbaarheid en de detentieongeschiktheid van de verdachte. De Hoge Raad overwoog dat de “gang van zaken” erop neerkwam dat “het Hof” de raadsvrouw in haar pleidooi had beperkt. De voorzitter en het Hof werden dus eenvoudig met elkaar vereenzelvigd. Dat leidde tot een strenge toetsing van de beperking van het spreekrecht. De Hoge Raad overwoog dat het Hof bij zijn beslissing om de raadsvrouw te beperken in haar pleidooi kennelijk is uitgegaan van de vooronderstelling dat de pleitnota slechts een nodeloze herhaling bevatte van een eerder overgelegde pleitnota. Volgens de Hoge Raad had het Hof, alvorens die beslissing te nemen, “de juistheid van die vooronderstelling dienen te verifiëren.” De bewijslast wordt in deze benadering bij het Hof gelegd. Dat moet duidelijk maken dat voor de beperking van het pleidooi goede grond bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 44849 tot 46200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80 | shasum -a 256