Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 4.19. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:477.
Het gaat daarbij om een vraag die voor de praktijk van de strafrechtspleging van groot belang is. Het vooraf toemeten van spreektijd zoals in de onderhavige zaak gebeurde, is bepaald geen zeldzaamheid meer. Dat heeft alles te maken met het feit dat de gerechten zich er in toenemende mate van bewust zijn geworden dat zittingstijd (vanwege de daarmee gemoeide personele inzet) kostbaar is en dat het belang van een voortvarende behandeling van strafzaken een goede organisatie van de rechtspleging vereist, waarvan planning en regievoering in de individuele strafzaak een belangrijk aspect is. Illustratief is hetgeen de (wrakingskamer van de) Rechtbank ’s-Gravenhage overwoog naar aanleiding van een wrakingsverzoek dat door de raadsman van de verdachte was gedaan omdat de strafkamer te strak zou vasthouden aan de vooraf toebemeten spreektijd:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 55371 tot 56297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/018c76f0a7c5dbe8c129e4353ccf5615bbb31fadc396827ba4f18eaf9390fe80 | shasum -a 256