Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 2.5.2 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:48.

Voor het hiervoor in 2.5.1 weergegeven standpunt wordt een beroep gedaan op de strekking van de 403-verklaring. Die strekking is, zo wordt betoogd, het bieden van een compensatie voor de omstandigheid dat de daadwerkelijke vermogenspositie van de vrijgestelde groepsmaatschappij niet meer waarneembaar is, nu deze nog slechts een minimale jaarrekening hoeft te publiceren. De compensatie bestaat hieruit dat met het aanvaarden door de moedermaatschappij van hoofdelijke aansprakelijkheid zekerheid wordt geboden voor de voldoening van schulden, die voor de vrijgestelde groepsvennootschap voortvloeien uit door deze verrichte rechtshandelingen. Aan de compensatiegedachte wordt echter met betrekking tot die hoofdelijke aansprakelijkheid tevens deze beperking ontleend dat deze niet verder reikt dan tot dat wat de vrijgestelde groepsmaatschappij uiteindelijk daadwerkelijk verschuldigd blijkt te zijn. Voor deze beperking wordt verder ook steun gezocht bij de Europese richtlijnen die aan artikel 2:403 BW ten grondslag liggen. ( ) Daarin wordt slechts gesproken van een garantiestelling door de consoliderende moedermaatschappij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14db97f59f73bc65fc60edee4f3ac8af266bcc023ad4855331ecf248796e0180. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14db97f59f73bc65fc60edee4f3ac8af266bcc023ad4855331ecf248796e0180, en de alinea staat in dat document op bytes 26078 tot 27350.