Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Onder 7.6. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:480.

Dat aanwenden van het geld kan erin bestaan dat men voorwerpen koopt. Men beschikt dan als heer en meester over het geld en krijgt zo het gekochte voorwerp voorhanden. Men zou dan kunnen zeggen dat dit voorwerp door het misdrijf "verduistering van het geld" is verkregen. Maar wat is verduisterd, is niet dat voorwerp maar het geld. Anderzijds is het zo dat door de verduistering van het geld dat geld wordt aangewend en in andere handen overgaat. De dader heeft dan dat geld niet meer voorhanden. Het komt er dus op neer dat wanneer men gereserveerd geld voor een ander doel aanwendt en daarvoor goederen koopt het geld wordt verduisterd en de dader vervolgens het voorwerp dat afkomstig is uit de verduistering voorhanden heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01d9974176f3c41dccd63a1d2967384ce543a865e150b2c93a111fd6f99114dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01d9974176f3c41dccd63a1d2967384ce543a865e150b2c93a111fd6f99114dc, en de alinea staat in dat document op bytes 59986 tot 60729.