Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:481.

22. Lestrade & Rijken concluderen dat ‘uitbuiting’ onvrijheid bij de uitgebuite persoon veronderstelt waar de uitbuiter van profiteert. De mate van onvrijheid zal per situatie verschillen. Wanneer de vrijheidsbeperking gering is, zal het gewicht meer komen te liggen op het (economisch) gewin voor de uitbuiter, terwijl de omvang van het profijt van de uitbuiter minder relevant wordt naarmate de vrijheidsbeperking toeneemt. (Vgl. de eerder beschreven communicerende vaten ‘van’ Knigge in dit verband). De auteurs verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt naar de hiervoor onder 14 weergegeven Memorie van Toelichting; daaruit blijkt volgens hen dat bij ‘uitbuiting’ kan worden gedacht aan tewerkstelling onder dwang of het maken van misbruik van een afhankelijke positie van een persoon die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze geen andere keuze heeft dan in een toestand van uitbuiting te geraken. Zij constateren aan de hand van de arresten van 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6691, RvdW 2011/944 en 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4004, NJ 2012/68 dat de Hoge Raad in diverse zaken betreffende seksuele exploitatie deze lezing als uitgangspunt heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da4b59692d8cbba025ca80adf0462ed2bdd35cf1f5ccf9b66adee6e448914685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da4b59692d8cbba025ca80adf0462ed2bdd35cf1f5ccf9b66adee6e448914685, en de alinea staat in dat document op bytes 64773 tot 66046.