Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:481.
24. Eerst een cassatie-technisch punt. Ik stel vast dat in het middel zonder nadere precisering enkel wordt gerept van “deze perioden”. Kennelijk, zo leid ik uit de toelichting op het middel af, wordt daarmee aangesloten bij het betoog van de verdediging op de terechtzitting van 7 en 8 oktober 2013, zoals hierboven onder 6 weergegeven. In dat betoog wordt onder meer gesteld dat de aangeefster [betrokkene 2] in 2007 lange tijd weg was. Verzoeker zelf heeft blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal (p. 11) op die terechtzitting verklaard dat hij in 2005 in detentie zat, dat [betrokkene 2] in 2005 een keer bij hem was weggelopen en dat [betrokkene 2] veel reisde toen hij uit detentie kwam. Uit dit een en ander maak ik op dat de door de steller van het middel bedoelde contra-indicatie zich in ieder geval niet voordeed in de onder 3 tenlastgelegde en bewezenverklaarde periode van ongeveer 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2004, zodat, meen ik, in zoverre de in het middel vervatte rechts- en motiveringsklachten feitelijke grondslag missen. Ik teken daarbij aan dat het middel niet klaagt over schending van art. 250a (oud) Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da4b59692d8cbba025ca80adf0462ed2bdd35cf1f5ccf9b66adee6e448914685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da4b59692d8cbba025ca80adf0462ed2bdd35cf1f5ccf9b66adee6e448914685, en de alinea staat in dat document op bytes 66612 tot 67776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da4b59692d8cbba025ca80adf0462ed2bdd35cf1f5ccf9b66adee6e448914685 | shasum -a 256