Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:49.

“3.31. Het feit dat de dagvaarding in kort geding meteen door de receptioniste is doorgeleid naar [A] en het feit dat de kosten van het rapport van [B] onder de noemer planschade in de administratie is verwerkt, zijn feiten die zijn voorgevallen na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. Om die reden zijn deze feiten, zoals ook de rechtbank heeft geoordeeld (rechtsoverweging 4.16), niet van belang voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Het feit dat [A] over de onderhavige kwestie een persoonlijk dossier heeft bijgehouden, waarin hij de correspondentie met [eisers] bewaarde, is eveneens eerst gebleken ver na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030, en de alinea staat in dat document op bytes 45067 tot 45897.