Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:49.
Met hun grief 7 zijn [eisers] uitsluitend opgekomen tegen het zojuist als (b) aangeduide oordeel van de rechtbank in rov. 4.16. Ook in de toelichting op die grief worden uitsluitend bezwaren gericht tegen de onder (b) vermelde vaststellingen. Hier noch elders in de memorie van grieven wordt enige klacht geformuleerd tegen de onder (a) door de rechtbank tot uitgangspunt genomen regel c.q. uitleg van art. 3:61 lid 2 BW. Het hof heeft die overweging van de rechtbank aldus uitgelegd dat naar haar oordeel posterieure feiten niet van belang zijn voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ten tijde van het sluiten van de overeenkomst . Waar tegen het oordeel van de rechtbank dienaangaande geen grief was gericht, lag die regel c.q. uitleg van art. 3:61 lid 2 BW buiten de rechtsstrijd van partijen. Het hof moest daarom uitgaan van de juistheid van dat oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030, en de alinea staat in dat document op bytes 48079 tot 49252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030 | shasum -a 256