Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:49.
Voorts bevestigde Uw Raad dat, nu in de praktijk in vele gevallen een scherp onderscheid tussen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid en de schijn van bekrachtiging niet kan worden gemaakt , de omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de schijn van bekrachtiging – en die zich dus, zo merk ik op, met name na het sluiten van de overeenkomst zullen hebben afgespeeld – ook bij de kwestie van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kunnen worden betrokken (rov. 3.6). In zijn conclusie voor het arrest had A-G Hartkamp opgemerkt (onder 6) dat onjuist is de opvatting dat voor het opwekken van toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid slechts gedragingen van de pseudo-vertegenwoordigde die vóór de rechtshandeling in kwestie hebben plaatsgevonden, in aanmerking genomen kunnen worden. Hij verwees daartoe naar het arrest van Uw Raad van 1 maart 1968 inzake Moluksche Kerk/Clijnk , waarin werd geoordeeld dat het hof geen rechtsregel had geschonden door bij de beoordeling van de schijn van vertegenwoordiging mede betekenis toe te kennen aan een posterieur nalaten van de pseudo-principaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030, en de alinea staat in dat document op bytes 50120 tot 51484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030 | shasum -a 256