Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:49.
Maar al zou in beginsel wel van bedoeld peilmoment moeten worden uitgegaan , dan neemt dit, naar ook in de literatuur wordt betoogd, niet weg dat ook feiten die zich later hebben voorgedaan, relevant kunnen zijn bij de beantwoording van de toerekeningsvraag. Er wordt in dit verband op gewezen dat het model van totstandkoming van overeenkomsten via een tussenpersoon slechts een sterk vereenvoudigde en geschematiseerde voorstelling van de werkelijkheid is, die er niet aan in de weg staat betekenis toe te kennen aan posterieure feiten, zoals het niet-reageren op een orderbevestiging. Dit wordt wel aldus verklaard dat de omstandigheden voorafgaand aan de rechtshandeling onvoldoende waren voor toerekening en de derde dus een zeker risico nam door af te gaan op een bestaande indruk, maar dat dit risico, nadat de indruk vervolgens bevestigd werd (bijvoorbeeld door het niet reageren op een orderbevestiging) overging op de principaal. Een en ander wordt gerechtvaardigd met het uitgangspunt dat toerekening van de schijn van volmacht in wezen op een billijkheidsoordeel berust: is het billijker dat de derde in de kou staat of dat de achterman zijns ondanks gebonden is?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030, en de alinea staat in dat document op bytes 52724 tot 54167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030 | shasum -a 256