Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:49.
Een andere vraag is uiteraard welke posterieure feiten nog meegewogen kunnen worden bij het oordeel over de toerekening op de voet van art. 3:61 lid 2 BW. Het ligt in de rede dat feiten die zich betrekkelijk kort na de totstandkoming van de rechtshandeling hebben voorgedaan, meer gewicht in de schaal zullen leggen dan feiten die zich eerst geruime tijd nadien hebben voorgedaan. Ik lees in de bestreden rov. 3.31 echter geen afweging van die aard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030, en de alinea staat in dat document op bytes 54247 tot 54747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bbbba9e9c044267014dfb4d42e8caa8b9a40bbefb9f90668b6990f5f482a030 | shasum -a 256