Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:490.
2.3 De Hoge Raad is op grond van art. 419 lid 3 Rv geboden aan wat in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. Dit betekent dat de Hoge Raad niet de vrijheid heeft om in afwijking van de uitspraak feiten vast te stellen op grond van de inhoud van de stukken van het geding. De wijze waarop het hof de in appel aangevoerde feiten en omstandigheden heeft beoordeeld kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Wel kan de Hoge Raad toetsen of het oordeel van het hof toereikend en voldoende begrijpelijk is gemotiveerd. Blijkens rov. 3.5 heeft het hof zijn oordeel over [verzoekster] saneringsgezindheid (voornamelijk) gestoeld op de privé-onttrekking van ruim € 72.000,- in 2011. Hiertegen wordt in het onderdeel de motiveringsklacht aangevoerd dat het voornoemde bedrag door drieën gedeeld moet worden, omdat [verzoekster] bij beroepschrift heeft gesteld dat de boekhouder de aangifte over de jaren 2010 t/m 2012 in één heeft gedaan, en dat een privéopname van € 24.000 per jaar in overeenstemming is met het minimumloon dat [verzoekster] in de betreffende jaren ontving. Deze klacht faalt om meerdere redenen. Ten eerste blijkt uit het dossier dat de jaarstukken van de door [verzoekster] gevoerde onderneming voor ieder jaar afzonderlijk zijn opgesteld. Dat geldt ook voor de jaarstukken van 2011, waarin de door het hof bedoelde privéonttrekking inderdaad is opgenomen. Onbegrijpelijk is het dus niet dat het hof de onttrekking slechts aan 2011 heeft toegerekend. Ten tweede berust de motiveringsklacht op een ontoelaatbaar novum. De stelling dat de privéonttrekking betrekking zou hebben op [verzoekster] loon is in cassatie voor het eerst aangevoerd. Een en ander brengt mee dat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat [verzoekster] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij deze privé-onttrekking voor de kapperszaak heeft aangewend, heeft nagelaten een deugdelijke administratie te voeren en de door haar gestelde kasopnames niet op juiste wijze heeft verantwoord. Dit vormt een toereikende grondslag voor het oordeel van het hof. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden. Daarmee faalt onderdeel 1 in zijn geheel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35e1575f9f476fb38af99adb3c1cddc7be7acab663001c1b5e8d0f71ddb90084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35e1575f9f476fb38af99adb3c1cddc7be7acab663001c1b5e8d0f71ddb90084, en de alinea staat in dat document op bytes 12671 tot 14858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35e1575f9f476fb38af99adb3c1cddc7be7acab663001c1b5e8d0f71ddb90084 | shasum -a 256