Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:490.

2.4 Onderdeel 2 klaagt dat het hof niet heeft gemotiveerd waarom niet aannemelijk is dat [verzoekster] ten aanzien van de belasting- en CJIB-schulden niet te goeder trouw is. Het hof heeft zich waarschijnlijk geconformeerd aan de inhoud van Bijlage IV van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbank (Stcrt. 2013/7567), waarin wordt vermeld dat een wsnp-verzoek in beginsel moet worden afgewezen wegens schulden niet te goeder trouw als bedoeld in art. 288, eerste lid, aanhef en onder b Fw, indien in de in dit wetsartikel genoemde periode van vijf jaar de verzoeker schulden heeft aan het UWV of de Belastingdienst die betrekking hebben op een opgelegde boete, het niet-nakomen van aangifteverplichtingen of het niet-nakomen van verplichtingen tot afdracht van (omzet)belasting. De systematiek van de wettelijke schuldsanering brengt mee dat het op de weg van [verzoekster] ligt aan te tonen dat de belasting- en CJHB-schulden op grond van bijzondere omstandigheden wel te goeder trouw zijn aangegaan. Over dit type omstandigheden heb ik in het dossier niets aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35e1575f9f476fb38af99adb3c1cddc7be7acab663001c1b5e8d0f71ddb90084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35e1575f9f476fb38af99adb3c1cddc7be7acab663001c1b5e8d0f71ddb90084, en de alinea staat in dat document op bytes 14907 tot 16062.