Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:503.

[verweerster] stelt in haar schriftelijke toelichting (48-50) dat [eiseres] geen belang heeft bij haar cassatieberoep, nu zij geen cassatieklachten heeft aangevoerd tegen het inhoudelijke oordeel van het hof in het incidentele appel en zij in het principale appel geheel in het gelijk is gesteld. Gelet op het slagen van het derde en vierde onderdeel is deze stelling m.i. onjuist. Indien het verwijzingshof tot het oordeel komt dat het alsnog indienen van de memorie van grieven ten onrechte is toegestaan, zal dit leiden tot niet-ontvankelijkheid van het principale appel vanwege het ontbreken van grieven. Dit zou met zich brengen dat de veroordeling van [verweerster] tot betaling van € 50.000,- aan [eiseres] uit het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2010 toch in stand blijft. [eiseres] heeft dus belang bij haar cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/765baae711575fd5331a2a01759b4e01b77324ff45915648188ec50ea964130d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 765baae711575fd5331a2a01759b4e01b77324ff45915648188ec50ea964130d, en de alinea staat in dat document op bytes 24293 tot 25168.