Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Onder 5.15 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:504.

De vraag of door vermenging één zaak is ontstaan moet worden onderscheiden van en gaat vooraf aan de vraag of een zaak bestanddeel van een hoofdzaak is geworden. In de praktijk worden beide vragen veelal tegelijkertijd beantwoord. Worden soortgelijke zaken met elkaar vermengd dan zal naar verkeersopvatting vaak geen sprake zijn van een hoofdzaak. Door vermenging van soortgelijke zaken tot één zaak ontstaat in beginsel een kwalitatief vergelijkbare maar kwantitatief veranderde zaak. Ook is in beginsel de functie van dergelijke zaken gelijk en per eenheid (per gelijke hoeveelheid) eveneens de waarde van de zaken. Soortgelijke zaken hebben weliswaar per eenheid een vergelijkbare waarde en betekenis, maar wanneer één zaak de ander vér in omvang of gewicht overtreft, kan in het verkeer wel degelijk worden geoordeeld dat sprake is van een hoofdzaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49, en de alinea staat in dat document op bytes 69419 tot 70422.