Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015
Onder 5.29 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:504.
Het hof aanvaardt vervolgens (rov. 4.11.4-4.11.7) de stelling dat het verpande vloeibare aluminium dat zich op 13 december 2011 om 0.00 uur in de ovens bevond, zich heeft vermengd met het nadien geproduceerde, niet verpande aluminium zodanig dat het niet verpande deel daarvan de hoofdzaak is geworden waardoor het pandrecht is vervallen. Het overweegt dat er na faillissement sprake is van een hoofdzaak en een bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW. Als bestanddeel merkt het hof aan de vloeibare aluminium die op de datum van het faillissement – 13 december 2011 – in de smeltovens van de elektrolysefabriek aanwezig is. Als hoofdzaak beschouwt het hof het aluminium dat in de periode ná het faillissement in de ovens is gevormd toen de smeltovens nog zijn blijven draaien omdat het niet mogelijk was deze direct stop te zetten. Het betreft de periode 14 tot en met 19 december 2011.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49, en de alinea staat in dat document op bytes 82579 tot 83483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49 | shasum -a 256