Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:504.

“De bevoegdheid van de curator om op de voet van art. 58 Fw de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn te stellen om tot uitoefening van hun rechten over te gaan, strekt tot een voortvarende afwikkeling van de boedel (HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4846, NJ 2008/222, rov. 3.6). In een geval waarin de uitoefening van een pand- of hypotheekrecht binnen de door de curator gestelde termijn (in redelijkheid) niet mogelijk blijkt, of waarin een pand- of hypotheekhouder van het niet tijdig uitoefenen van zijn recht anderszins geen verwijt kan worden gemaakt, is de curator bevoegd de termijn voor het uitoefenen van het pand- of hypotheekrecht te verlengen, maar is hij daartoe niet verplicht. Ook in dergelijke gevallen dient hij immers het belang van de pand- of hypotheekhouder bij verlenging van die termijn af te wegen tegen het belang van een voortvarende afwikkeling van de boedel, en kan hij op grond van die belangenafweging het verzoek afwijzen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82f402a99965cba4ade192e912b20fb4a73c0a7b25429d48136fbfa8cb1cf49, en de alinea staat in dat document op bytes 45001 tot 45986.