Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:506.

Onderdelen 4(a) en 4(b) worden denk ik ook tevergeefs voorgesteld. Een consignatieovereenkomst is een onbenoemde overeenkomst. De vraag wat een dergelijke overeenkomst inhoudt, kan niet in algemene zin beantwoord worden. Aan de overweging van het hof dat consignatie onder bewaarneming valt, kan om die reden geen verdere strekking toegekend worden dan dat het hof meent dat ook indien en voor zover de overeenkomst met Altena aangemerkt zou moeten worden als een consignatieovereenkomst, deze overeenkomst hier blijft kwalificeren als een overeenkomst van bewaarneming in de zin van titel 9 van boek 7 BW . Verder merk ik op dat het hof in rov. 4.6 gemotiveerd heeft waarom de stelling dat de kosten van “opslag” in de courtagevergoeding begrepen zijn, verworpen wordt. Deze motivering wordt door deze klachten niet bestreden. Daar lopen de klachten van onderdelen 4(a) en 4(b) volgens mij op stuk. Voor zover onderdeel 4(a) voortborduurt op de al in onderdeel 1(a) aangedragen, maar in mijn optiek onjuiste gedachte dat als additioneel vereiste voor bewaarneming geldt dat met het bewaren uitsluitend of primair de belangen van de bewaargever moeten worden gediend, faalt het ook op die grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82819ab71d7ad5e172f52705e5359d045dd96c136884fdc414fb9bf1cb6c50f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82819ab71d7ad5e172f52705e5359d045dd96c136884fdc414fb9bf1cb6c50f, en de alinea staat in dat document op bytes 46082 tot 47358.