Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:55.

“Mitsdien moet in cassatie ervan veronderstellenderwijs worden uitgegaan dat (…) op 1 oktober 2001 per fax haar memorie van grieven bij de griffie van het gerecht in eerste aanleg heeft ingediend. Uitgangspunt bij de beoordeling van het middel moet voorts zijn dat deze wijze van indiening aanvaardbaar is, zoals door de Hoge Raad is uiteengezet in zijn beschikking van 16 februari 1996, nr. 15847, NJ, 1997, 55, en dat geen reden bestaat hierover met betrekking tot het Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse burgerlijk procesrecht anders te oordelen. Het hof had derhalve op deze fax acht moeten slaan, mits naleving van de Zegelverordening 1908 is gewaarborgd. Indien het hof dit heeft nagelaten omdat het van oordeel was dat een memorie van grieven niet per fax kan worden ingediend, geeft dat oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bb7298e7be820ea84b984c5707cb3229f1edb8ce7bbe2f172d99c592b70f016. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bb7298e7be820ea84b984c5707cb3229f1edb8ce7bbe2f172d99c592b70f016, en de alinea staat in dat document op bytes 21035 tot 21898.