Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:55.
Gelet op de hiervoor weergegeven parlementaire geschiedenis van art. 33 Rv meen ik dat de wetgever met de toevoeging aan de eerste zin van het eerste lid slechts voor ogen heeft gehad om de nieuwe weg van het digitaal indienen van processtukken (op termijn) open te stellen als de gerechten daarop zouden zijn toegerust, hetgeen zou blijken uit de reglementen. M.i. was niet beoogd om beperkingen aan te leggen op de in 2002 in de wet neergelegde mogelijkheid van indiening van stukken per fax .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bb7298e7be820ea84b984c5707cb3229f1edb8ce7bbe2f172d99c592b70f016. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bb7298e7be820ea84b984c5707cb3229f1edb8ce7bbe2f172d99c592b70f016, en de alinea staat in dat document op bytes 33757 tot 34329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bb7298e7be820ea84b984c5707cb3229f1edb8ce7bbe2f172d99c592b70f016 | shasum -a 256