Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Alinea 259 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:583.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat [betrokkene 2] tijdens het wachten in het arrestantencomplex op 11 juni 2013 verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] spontaan heeft meegedeeld, dat hij wist wie de personen waren die betrokken waren geweest bij de diefstal van de monstrans. Hetgeen [betrokkene 2] vervolgens heeft verklaard, is door voornoemde verbalisanten vastgelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Ter terechtzitting van het hof zijn beide verbalisanten als getuigen gehoord en hebben zij hetgeen is gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen, bevestigd. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van dit bewijsmiddel te twijfelen, te meer nu hetgeen [betrokkene 2] tegenover hen heeft verklaard, bevestiging vindt in de overige door het hof gebruikte bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032, en de alinea staat in dat document op bytes 48553 tot 49420.