Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:583.

3.3.1 Er bestaat geen precieze afgrenzing tussen medeplegen en de andere deelnemingsvormen. Dat neemt niet weg dat wanneer medeplegen wordt tenlastegelegd, dit medeplegen moet worden beoordeeld aan de hand van de voor medeplegen geldende maatstaven. Het gebruikmaken van aan andere deelnemingsvormen ontleende begrippen of constructies kan de bewijsvoering voor medeplegen compliceren en verdient daarom in zulke gevallen geen aanbeveling. (Vgl. HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR: 2012:BX5140 en HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1593, in welke zaken het medeplegen door het hof was bewezenverklaard aan de hand van criteria voor het zogenoemde functionele daderschap). Het valt overigens op dat het openbaar ministerie bij het tenlasteleggen van commune en andere niet-economische strafbare feiten - in vergelijking met economische delicten - vaker gebruik lijkt te maken van (soms ingewikkelde) deelnemingsconstructies dan van het meer geëigend lijkende functionele daderschap. (Vgl. HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581, NJ 2011/481 met betrekking tot de verkoop van hennepplanten door de eigenaar van een growshop).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032, en de alinea staat in dat document op bytes 55199 tot 56330.