Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Alinea 270 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:583.

10. In eerste aanleg is verdachte door de Rechtbank vrijgesproken van het primair tenlastegelegde medeplegen van gekwalificeerde diefstal omdat “er weliswaar aanwijzingen zijn dat verdachte betrokken is bij de diefstal, maar voor de conclusie dat hij zich aan diefstal schuldig heeft gemaakt geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is”. De Rechtbank heeft de betrokkenheid van de verdachte gekwalificeerd als opzetheling. Het Hof heeft, zoals hiervoor onder 4 weergegeven, verdachte “gezien de rol die hij heeft vervuld” wel veroordeeld voor het medeplegen van gekwalificeerde diefstal. De vraag die beantwoord moet worden is of uit de inhoud van de bewijsmiddelen en de overwegingen van het Hof kan worden afgeleid, dat verdachte zo bewust en nauw heeft samengewerkt dat van medeplegen van de bewezenverklaarde diefstal met braak kan worden gesproken. Het Hof heeft in zijn nadere bewijsoverweging niet nader uiteengezet welke uitvoeringshandelingen verdachte heeft verricht. Daarvoor moeten de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen uitkomst bieden. Reeds daarom is dit een lastige zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032, en de alinea staat in dat document op bytes 57063 tot 58242.