Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Alinea 279 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:583.

13. Uit de bewijsmiddelen komt zonder meer naar voren dat verdachte een rol anders dan bij de daadwerkelijke uitvoering van de diefstal heeft gespeeld. Ook zonder een uitvoeringshandeling kan er sprake zijn van medeplegen. In een dergelijk geval moet echter, al dan niet door een afzonderlijke toelichting, duidelijk zijn waaruit de nauwe en bewuste samenwerking voor of tijdens het delict blijkt. Die nauwe en bewuste samenwerking moet dan mijns inziens dominant zijn zodat deze het gebrek aan daadwerkelijke uitvoering kan compenseren. Te denken valt bijvoorbeeld aan voorafgaande planning van de uitvoering (gemaakte afspraken, een taakverdeling) of een belangrijke daadwerkelijke facilitering ten tijde van het begaan van de diefstal die op zichzelf nog geen uitvoering is. Uit de bewijsmiddelen vloeit geen daadwerkelijke compensatie van het ontbreken van een uitvoeringshandeling voort en ieder nadere toelichting van de kant van het Hof ontbreekt. De motivering van het medeplegen is daarmee mijns inziens ontoereikend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e52a0fc57a655a8461b0fb7e7049506f4e1c05a6cfde15170866c46ccb8e032, en de alinea staat in dat document op bytes 61256 tot 62295.