Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:591.
“3.5 Van een vorderingsgerechtigdheid op grond van een lastgeving met volmacht kan in de onderhavige procedure evenmin sprake zijn. Niet alleen heeft [eiseres] onvoldoende feiten of stellingen aangedragen op grond waarvan kan worden aangenomen dat zij de opdracht of bevoegdheid heeft om in rechte namens de boedel op te treden, maar ook is in geval van onmiddellijke vertegenwoordiging op grond van volmacht van cruciaal belang dat de gevolmachtigde deze hoedanigheid aanstonds vermeldt. Immers, een eisende partij die niet reeds bij dagvaarding heeft gesteld (mede) op te treden als gevolmachtigde van een met name genoemde volmachtgever, kan niet hangende de procedure die hoedanigheid alsnog aannemen door op voet van artikel 130 Rv haar eis te veranderen (HR 2 april 1993, NJ 1993, 573, LJN ZC0919 en HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 202, LJN AP1435).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02b7f964f847273fd47a02ec43e1a86e16cfb520691b9cd62f36b2b697092ddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02b7f964f847273fd47a02ec43e1a86e16cfb520691b9cd62f36b2b697092ddc, en de alinea staat in dat document op bytes 17543 tot 18410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02b7f964f847273fd47a02ec43e1a86e16cfb520691b9cd62f36b2b697092ddc | shasum -a 256