Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:596.

Onderdeel 1.6(c) klaagt: “Als het hof in rov. 3.30 TA-1, zijn tweede en derde tussenarrest (rov. 2.4 e.v. TA-2; rov. 2.2 e.v. TA-3) en daarop voortbouwend eindarrest (rov. 2.1 e.v. EA) van oordeel is geweest dat de Consultants met hun stelling dat [eiser] c.s. op een zeker moment welbewust zijn opgehouden met factureren ter zake van de vergoeding die Etirc krachtens de (consultancy)overeenkomst met Riro Ventures toekwam, heeft voldaan aan de volgens de rechtspraak van de Hoge Raad op hun rustende stelplicht omtrent de betalingsonwil van [eiser] c.s. en/of bij Etirc daardoor ontstane betalingsonmacht, en het in zijn tweede en derde tussenarrest en daarop voortbouwende eindarrest van oordeel was dat de Consultants waren geslaagd in het door hen te leveren bewijs van hun vorenbedoelde stelling (omdat het vaststelde dat Etirc medio 2008 is gestopt met facturering aan Riro Ventures; rov. 2.18 EA), heeft het hof aan de op de Consultants rustende stelplicht- en bewijslast verkeerde, want: te lichte/beperkte, eisen gesteld.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2, en de alinea staat in dat document op bytes 32297 tot 33346.