Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:596.

Onderdeel 2 stelt voorop: “Nu het hof in zijn tweede en derde tussenarrest en daarop voortbouwend eindarrest in het midden heeft gelaten (rov. 2.7 TA-2; rov. 2.2 en 2.4 TA-2 en rov. 2.25 EA) de in 1 bedoelde, voor de uitkomst van dit geding relevante, (essentiële) stelling van [eiser] c.s. (rov. 3.26 TA-1), samengevat, dat de verwachting in 2008 tot maart 2009 reëel was dat Etirc uit de lening van de Russische VEB bank betaald zou worden met welke gelden zij dan ook haar betalingsverplichtingen jegens de Consultants zou voldoen, kan in cassatie veronderstellenderwijs, bij wijze van hypothetisch feitelijke grondslag, worden uitgegaan van de juistheid van die stelling van [eiser] c.s.” Het onderdeel vervolgt: “Hiervan uitgaande, worden de volgende motiveringsklachten aangevoerd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2, en de alinea staat in dat document op bytes 35250 tot 36061.