Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:596.

De klachten van onderdeel 2.1 zijn ongegrond. Het hof heeft vastgesteld dat volgens de stellingen van [eiser] c.s. Etirc baat zou hebben bij de verstrekking van de lening door Vnesheconombank, omdat die lening (indirect) aan Riro Ventures de middelen zou verschaffen waarmee Riro Ventures haar schulden aan Etirc zou kunnen voldoen (zie rov. 3.26 eerste tussenarrest). Het oordeel van het hof dat in de gegeven omstandigheden, het niet-factureren en niet-innen van de aan Etirc toekomende bedragen er onherroepelijk toe zou leiden dat Etirc niet in staat was de facturen van de Consultants te voldoen en Etirc daarvoor ook geen verhaal zou bieden (zie onder meer rov. 2.25 eindarrest), is dan ook niet onbegrijpelijk. Dat oordeel is evenmin onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2, en de alinea staat in dat document op bytes 37314 tot 38092.