Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:596.

De klachten van onderdeel 4.4 zijn ongegrond. Niet is in te zien hoe de stellingen waar het onderdeel zich op beroept, afbreuk doen aan het oordeel van het hof (in rov. 2.17 eindarrest) dat de omstandigheid dat Riro Ventures zelf ook vorderingen op Etirc had, voor [eiser] c.s. als degenen die het beleid en de gang van zaken in deze vennootschap bepaalden op zichzelf genomen geen reden kon zijn om niet tot facturering en inning van aan Etirc toekomende bedragen over te gaan. De klacht dat het hof ten onrechte niet is ingegaan op het door [eiser] c.s. gestelde ontbreken van causaliteit tussen normschending en schade, faalt eveneens. Het hof heeft de betreffende stelling van [eiser] c.s. in rov. 2.25 van het eindarrest gemotiveerd verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0e275d69a0ea483feffbfc61fcd2b4acb88d26ffceddc60f024f4c244d013c2, en de alinea staat in dat document op bytes 50553 tot 51314.