Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:61.
In reactie op het onder 2.2.1 vermelde verweer, heeft [de vrouw] erop gewezen dat art. 3:178 BW bepaalt dat ieder der deelgenoten te allen tijden verdeling kan vorderen van een gemeenschappelijk goed. Hieruit volgt dat een vordering tot verdeling niet aan verjaring onderhevig is. Volgens haar geldt de verjaringstermijn van art. 3:306 BW slechts ten aanzien van goederen die in de zin van art. 3:179 lid 2 BW bij de verdeling zijn overgeslagen en waarvan een nadere verdeling wordt gevorderd. In 1991 heeft geen verdeling van de algehele gemeenschap van goederen plaatsgevonden. Alleen de woning, de overwaarde van de woning en de hypothecaire schuld zijn in de verdeling betrokken. De pensioenrechten zouden volgens [de vrouw] daarom niet moeten worden aangemerkt als een overgeslagen goed in de zin van art. 3:179 BW, maar als een gemeenschappelijk goed waarvan op de voet van art. 3:178 lid 1 BW verdeling wordt gevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901, en de alinea staat in dat document op bytes 11717 tot 12692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901 | shasum -a 256