Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:61.
Rechtbank en Hof lijken zich ervan bewust te zijn geweest dat de opvatting die partijen over de verjaring van vorderingen als bedoeld in art. 3:179 lid 2 BW hebben geventileerd onjuist is. Zie rov. 4.3 van het vonnis in prima en ’s Hofs oordeel dat partijen het hierover ook in hoger beroep eens zijn, zodat van dit uitgangspunt - wat daarvan ook zij - moet worden uitgegaan (rov. 5.2). Voorts voegt het Hof daar nog fijntjes aan toe dat [de vrouw] in hoger beroep niet is teruggekomen op haar mening dat een vordering tot verdeling van een overgeslagen goed aan verjaring onderhevig is en niet heeft bestreden dat de verjaringstermijn twintig jaar bedraag en dat deze termijn was verstreken. Tegen de op die uitgangspunten berustende beslissing van de Rechtbank heeft zij volgens het Hof geen grief opgeworpen, zodat de betreffende beslissing van de Rechtbank in stand zal moeten worden gelaten (rov. 5.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901, en de alinea staat in dat document op bytes 28825 tot 29749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901 | shasum -a 256