Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 4.1 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:61.

Onderdeel 1 is gericht tegen het oordeel dat [de vrouw] moet bewijzen dat geen verdeling van andere tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende goederen heeft plaatsgevonden. [de vrouw] stelt dat [de man] zich op het rechtsgevolg van verjaring heeft beroepen en zodoende de feiten en omstandigheden moet bewijzen die dat beroep kunnen dragen. Ook onderdeel 2 betreft ’s Hofs oordeel omtrent de bewijslastverdeling. [de vrouw] verwijt het Hof haar met een negatieve bewijslast te hebben opgezadeld. Onderdeel 3 is gekant tegen het oordeel dat het er in de gegeven omstandigheden voor moet worden gehouden dat een verdeling van alle tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende goederen heeft plaatsgevonden. Volgens [de vrouw] is dit oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd in het licht van de inhoud van de akte van scheiding en deling. Zij klaagt voorts dat het Hof haar stelling onbesproken heeft gelaten dat uit deze akte slechts blijkt van een verdeling van de woning, de overwaarde en de hypothecaire schuld. Tot slot stelt zij dat de bewijslast ook gezien de inhoudt van deze akte ten onrechte bij haar zou zijn gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901, en de alinea staat in dat document op bytes 30336 tot 31604.