Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 4.5.1 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:61.

Ik zie uiteraard in dat deze zaak wordt gekleurd (of eigenlijk vertekend) door een nutteloos partijdebat over de vraag of de vordering wordt of kan worden gebaseerd op art. 3:178 of art. 3:179 BW. Uiteraard zou men kunnen oordelen dat de consequentie van deze onjuiste insteek is dat [de vrouw] rechtens niet ter zake dienende feiten en omstandigheden had moeten stellen en bewijzen. Er is m.i. evenwel een grens aan de mate waarin een geschil kan worden “gekafkaëskt”. Aanvaarding voor de onderhavige zaak van een op Kafka in het kwadraat toegesneden regel van stelplicht en bewijslast zou ik niet willen aanvaarden; in elk geval niet wanneer dat niet werkelijk onontkoombaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901, en de alinea staat in dat document op bytes 32781 tot 33479.